Facilitair managers denken naïef functioneel

pages-10-12-from-zi2_1_0001-2009-01-15-at-21-55-32

Door Bert Pots

Toekomstige ziekenhuisgebouwen kunnen niet meer worden gebaseerd op functionaliteit alleen. Zo meent Michel Mooij. Hij houdt een pleidooi voor minder specifieke gebouwen. “Het logistiek patroon en de werkwijze zijn vandaag te vertalen in een gebouw. Maar over vijf jaar zal die oplossing achterhaald zijn. Om over voldoende ruimte voor aanpassingen en de inzet van nieuwe technieken te kunnen beschikken, moet het makkelijker mogelijk worden een gebouw helemaal om te gooien.” Maar sfeerloze dozen zijn niet welkom.

Michel Mooij was in de jaren tachtig architect. In die tijd hield hij zich bezig met stedenbouwkundige plannen, woningbouw en het ontwerp van een enkel kantoorgebouw. Daarna hield hij zich bezig met projectleiding in dan snel opkomende automatiseringswereld. “Daar leerde ik veranderingsprocessen kennen. Ik zag wat er gebeurde met mensen als organisaties veranderden. Van daaruit ben ik in aanraking gekomen met facilitair management. De klassieke architect is alleen bezig met ontwerpen. Bij FM gaat het om het aan elkaar knopen van vraagstukken rond huisvesting met de wensen aan de gebruikerskant.”
Mooij heeft zich vervolgens bij Twynstra Gudde jarenlang bezig gehouden met de ontwikkeling facility management informatiesystemen.”In dat nieuwe werkveld moest de vraag worden beantwoord welke informatie de facilitair manager nodig heeft om sturing te kunnen geven. Wat moet je weten van de gebouwen? Wat moet je weten van de dienstverlening? Pure FM. Van daaruit ben ik me gaan bemoeien met werkconcepten. Ik heb geprobeerd duidelijk te krijgen wat de introductie van ICT betekende voor de huisvesting van bedrijven en de komst van andersoortige kantoren. Als werknemers anders met elkaar gaan communiceren, dan krijgt het gebouw ook een ander gebruik. Je hoeft niet meer in persoon op kantoor te zijn om toch met collega’s samen te werken.”

Een kantoor zonder vaste werkplekken is gemeengoed geworden.
“We horen van allerlei kanten dat die aanpak alweer zijn einde nadert. Bedrijven komen er op terug. Maar de introductie van wisselwerkplekken en flexibele kantooroplossingen is geen modeverschijnsel. De redenen voor dergelijke concepten zijn onverminderd van kracht. Er komen andere werkvormen. ICT ontwikkelt zich steeds verder. Ook in de zorg hoeven steeds meer dingen niet per se op locatie in een ziekenhuis te gebeuren. Door telemedicine ontstaan nieuwe vormen van contact tussen dokter en patiënt. Domoticatechnieken maken het mogelijk aan huis controles van chronische patiënten of ouderen uit te voeren. Als zorg zich verder uitstrekt dan de deur van de klassieke behandelkamer, dan zal dat ook van grote invloed zijn op de vormgeving van het meest ideale zorggebouw.”

Hoe ziet een ziekenhuis, zorgsteunpunt of een seniorenwoning er over tien of twintig jaar uit?
“Programma’s zullen ingrijpend veranderen, dat is zeker. Een bedrijf als Philips is niet voor niks druk bezig met de ontwikkeling van allerlei hulpmiddelen om informatie rechtstreeks van de consument/patiënt naar de dokter of het ziekenhuis te sturen. Het gaat dus niet om thuisdokteren. De dokter komt als het ware naar de patiënt. Betrouwbare basisinformatie kan straks simpelweg worden verzameld. “

De industrie is intensief bezig met productontwikkeling. Maar de mensen in de zorg hebben nog geen idee wat er op hen afkomt.
“Inderdaad. Ik weet het zelf ook niet precies, maar het is me wel duidelijk dat dergelijke ontwikkelingen van grote invloed zijn op de logistieke processen en de contactpunten tussen dokter en patiënt. Dat zal leiden tot ander gebruik van de gebouwen. Ik kan het gebouw van de toekomst niet voorspellen, maar het lijkt logisch dat we overgaan tot het ontwerp van basale gebouwen.”

Wat moeten we ons daar bij voorstellen?
“Het is slim te kiezen voor een goed aanpasbaar gebouw. Dan hebben we het niet alleen over een gebouw waar het technisch mogelijk is wanden te verplaatsen en installaties om te bouwen. We kunnen ons ook de vraag stellen waar die flexibiliteit nodig is? Wellicht moeten bepaalde onderdelen veranderbaar zijn, maar hoeven juist andere delen helemaal niet flexibel te zijn. De afgelopen jaren zijn gebouwen ontworpen op basis van een functionele programmering, maar als we terugkijken dan zijn ze toch allemaal hetzelfde. Dat heel nauwkeurig inzoomen op de functionaliteit leidt niet tot andere oplossingen. Als functionaliteit dus niet een goede basis vormt, als de aannames over het gebruik bij oplevering al zijn verouderd, dan is het beter te kijken naar die zaken die altijd zullen blijven.”

Welke onderdelen zijn wel stabiel?
“Denk allereerst aan de stedenbouwkundige structuur. Gebouwen bepalen de vorming van wegen en pleinen. Ook zaken die te maken hebben met de psychologie van de mens geven houvast. De menselijke maat verandert niet. Letterlijk in de zin van zithoogte en plafondhoogte. Fysiologische zaken veranderen evenmin. Een mens heeft behoefte aan licht en zicht in een gebouw. En het klimaat moet aangenaam zijn. Werkprocessen ondergaan wel veranderingen, maar een zorggebouw staat altijd ten dienste van mensen. De verblijfskwaliteit moet dus altijd goed zijn.”

Ziekenhuizen moeten zich gemakkelijker kunnen vernieuwen.
“Een ziekenhuis is niet te vergelijken met een kantoor. In een kantoorgebouw gaan de installaties langer mee dan de werkruimtes met hun verplaatsbare wanden. In een ziekenhuis is het precies andersom. Installaties zijn voortdurend aan verandering onderhevig. Vervanging is aan de orde van de dag. Dergelijke ingrepen moeten gemakkelijker mogelijk zijn. Maar de structuur van het gebouw kan daarentegen veel duurzamer zijn. De standaardoplossing: alle installaties zitten in het plafond en daar onder staan de wanden, is dan niet zo logisch.”

Dat vraagt om nieuwe oplossingen van architecten?
“Zij moeten zich bewustzijn dat de levenscycli van gebouwen en installaties sterk van elkaar verschillen. Het kan zelf zo zijn dat gevels minder duurzaam worden. Het voldoen aan hedendaagse milieuvereisten moet niet worden belemmerd door een gevelpakket dat vijftig jaar geen verandering kan ondergaan. Aan de ander kant geldt: de draagstructuur verandert niet.”

“Verblijfskwaliteit komt steeds meer centraal te staan. Gebouwen moeten iets doen met mensen. Dat kan zitten in de sfeer, bijvoorbeeld de plaatsing in de natuur. Of een ontwerper bedenkt een karakteristieke toevoeging. Dan telt niet de functionaliteit, maar het idee.
Alle facilitair managers denken, zo noem ik dat meestal, naïef functioneel. Als we de werkprocessen kennen en weten wat er in een gebouw gebeurt, dan kunnen de stenen daar om heen worden opgestapeld. De metafoor van het maatpak en de jas. Ik verzet me daar tegen. Het gebouw is geen jas. De activiteiten zijn niet langer grijpbaar. Dus gaat het er veel meer om omgevingskwaliteit te bieden; een gebouw interessant om te verblijven. Mooie ramen. Prachtig licht.”

Gloort het designziekenhuis?
“In de Verenigde Staten kennen we een beweging die zegt: na de ingreep moet de natuur helpen bij het herstel. Planten zijn belangrijk. Uitzicht op natuur wordt noodzakelijk geacht. Als een gebouw daar goed op wordt ingericht, dan krijgt het herstel een stimulans. Zo’n gebouw zal er heel anders uitzien, dan een ziekenhuis waar de machinerie overheerst.”

Of is een terugkeer naar het monumentale 19e eeuwse ziekenhuis denkbaar?
“Die gebouwen hebben de nodige beperkingen.Ze zijn niet flexibel. De structuur is logistiek onhandig. Maar helemaal uitgesloten is het ook weer niet. ICT-ontwikkelingen bieden mogelijkheden om gebouwen die op het eerste oog verouderd zijn, toch weer te gaan gebruiken. Ik zal niet zeggen dat die oude ziekenhuizen hun rentree moeten maken, maar voor een kantoortoepassing wordt de karakteristieke sfeer wellicht erg gewaardeerd.”

Ziekenhuizen worden meer verantwoordelijk voor vastgoedontwikkeling. Biedt dat nieuwe kansen.?
“Het is een kans om kwaliteit en functionaliteit op afstand van elkaar te plaatsen, maar het is ook een risico. Ziekenhuizen zullen zich dan eerst een nieuwe manier van kijken eigen moeten maken. Want als zij zonder kennis voortgaan met naïef functioneel programmeren,
dan krijgt de dringend noodzakelijke verandering geen gestalte.”

Bert Pots
Gepubliceerd in Ziekenhuis & Instelling, oktober 2006.

Download in PDF

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s