Delen en Samenwerken

sun-micro-2

Van Web 2.0 naar Work Style 2.0

Het internet wordt voor steeds grotere groepen een vertrouwde omgeving. Het internet wordt gemakkelijker te bedienen en gaat er steeds realistischer uitzien. Dat schept verwachtingen. Wie vertrouwd raakt met de mogelijkheden van Web 2.0 gaat het kantoor vanuit een ander referentiekader bekijken.

Michel Mooij, gepubliceerd in FMI, september 2008

Web 2.0 verwijst naar de tweede fase in de ontwikkeling van het internet. De eerste fase bestond uit het bekend raken van het internet bij grote groepen gebruikers. In de eerste fase ontstond de internet-hype en men sprak zelfs over het ontstaan van een “Nieuwe Economie”. Over het algemeen beschouwt met het uiteenspatten van de internetbel rond 2001 als het einde van de eerste fase. In 2004 werd voor er  een conferentie gehouden met de naam Web 2.0. waar Tim O’Reilly en ander internetgoeroes hun visie op de tweede fase van het internet presenteerden.

In de tweede fase wordt het internet meer interactief. Een van de kenmerken is het verschijnen van webapplicaties voor eindgebruikers op het internet. De verwachting bestaat, dat deze uiteindelijk de losstaande lokaal geïnstalleerde software overbodig zullen maken.
Websites zijn steeds meer interactief geworden, dankzij een aantal nieuwe technieken, genaamd AJAX. AJAX staat voor Asynchronous Javascript and XML.  AJAX communiceert met de server op het internet waarop een scripttaal als PHP, ASP, JSP of Ruby geïnstalleerd is. Als de server een antwoordt stuurt, wordt een gedeelte van de pagina op de PC door middel van JavaScript aangepast. Kort en simpel gezegd komt het erop neer, dat webpagina’s zo snel kunnen worden aangepast, dat de gebruiker het ervaart alsof hij met een desktop applicatie aan het werk is. Een van de eerste websites die gebruik maakte van AJAX en wordt gezien als een typische Web 2.0 website is Google’s Gmail.

Andere concepten en technologieën die kenmerkend zijn voor Web 2.0 zijn o.a. weblogs, wiki’s, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API’s. Bekende websites die op het Web 2.0 principe zijn gebaseerd zijn: Wikipedia, Flickr, YouTube, Del.icio.us, Digg en MySpace. In Nederland zij vooral Hyves en Marktplaats.nl bekende voorbeelden.

Delen
Kenmerkend voor Web 2.0 zijn de websites, waar je online allerlei dingen met elkaar kunt delen. Bijvoorbeeld foto’s, video’s to-do-lijstjes en agenda’s. je hebt er geen eigen software voor nodig, alleen een browser. Verder gebeurt alles online: informatie delen, uitwisselen en samenwerken. Daarmee is de voorspellende uitspraak van SUN: “Het netwerk is de computer” waarheid geworden.

Een belangrijk verschil met de eerste fase is dat internet inmiddels daadwerkelijk diep is doorgedrongen tot bedrijven en huishoudens. In Nederland heeft meer dan de helft van alle huishoudens een snelle breedbandverbinding. Nederlanders besteden gemiddeld een uur per dag aan het web.

Zoekmachines zijn nauwkeuriger geworden. De kracht van Google, Yahoo, MSN en Technorati (voor weblogs) is dat ze op veel plekken zoeken en meestal op de juiste websites terecht komen.
Een typische Web 2.0 manier van zoeken, is het inschakelen van de gebruikers. Er is op het internet zeer uiteenlopende content te vinden, variërend van professionele artikelen tot met een mobieltje gefilmde onderbroekenlol. Zoekmachines kunnen het verschil niet zien. Web 2.0 lost dit op door “tagging” Door favorieten te voorzien van een trefwoord (tag) en die favorieten te delen op het web, laten gebruikers laten elkaar weten wat interessant, leuk of nuttig is. Bijvoorbeeld op Del.icio.us, of Stumble Upon. Of op de fotowebsite Flickr, waar je foto’s online kunt zetten en kunt voorzien van commentaar, trefwoorden en waardering. Met behulp van RSS kun je je abonneren op bepaalde tags en wordt je automatisch op de hoogte gehouden van nieuwe toevoegingen.
Op nieuwssites, zoals Digg komen nieuwsberichten of weblogs of wat dan ook in een wachtrij te staan en worden op de voorpagina gepubliceerd, als ze voldoende stemmen hebben gekregen.

Zakelijk gebruik
Het (klein)zakelijk gebruik neemt toe. Het internet biedt een goede vervanging voor bedrijfsnetwerken. E-mail, een agenda, een adresboek en het delen van documenten met collega’s en samenwerkingspartners, kan ook via het op het web gebaseerde toepassingen. Bijvoorbeeld de vele toepassingen van Google of het delen van projectinformatie op BaseCamp, of het beheren van je relatienetwerk op LinkedIn.

Privé wordt er vooral veel gebruik gemaakt van sociale platforms. Het gaat dan niet alleen om mail en een agenda, maar om het delen (online beschikbaar stellen voor een groep van vrienden) van bijvoorbeeld foto’s en video’s, of het bekijken van persoonlijke profielen. Op Hyves of Facebook houden veel Nederlanders bij wie hun vrienden zijn.

Op basis van Google Maps kan geografische informatie worden toegevoegd. Op Flickr krijgen foto’s opeens een plaats op de wereld en wordt zichtbaar wie er nog meer een foto op die plek hebben genomen. Een ander voorbeeld van het gebruik van geografische informatie is Plazes, een soort navigatiesysteem om te zien waar je contacten zich bevinden, zodat je met ze kunt afspreken. Via sites als Plazes, kun je aangeven waar je je bevind en aan de hand van die informatie krijg je te zien welke van je contacten daar in de buurt zijn.

Kortom Web 2.0 gaat over het delen van dingen die belangrijk voor je zijn. Door het delen van informatie worden relaties gelegd en kunnen mensen met elkaar in contact, ongeacht de plaats waar zij zich bevinden. Dankzij de geografische informatie wordt ook de verbinding gelegd met de fysieke omgeving. Waar bijvoorbeeld Second Live een soort tweede leven is, wat zich geheel in de virtuele wereld afspeelt, zo is de geografische informatie juist verbonden met de werkelijkheid om je heen.

Hier ligt voor mij de interessante aansluiting met het facilitaire werkveld. Wat gebeurt er met je als je gebruik maakt van alle deze typische web 2.0 mogelijkheden?

Het internet schept verwachtingen
Door vertrouwd te raken met de mogelijkheden van Web 2.0 ontstaat een ander beeld van de realiteit. Het delen van informatie, het vertrouwen op informatie van anderen, die je vertrouwt omdat ze tot je netwerk behoren en het ontvangen van informatie op basis van voorkeuren die je verstrekt hebt of die automatisch worden bepaald, zoals je zoekgedrag of je locatie via mobieltje, zijn allemaal ingrediënten van een nieuwe werkelijkheid. Deze nieuwe werkelijkheid bepaalt hoe je omgaat met de fysieke omgeving. Bijvoorbeeld de keuze waar je op een bepaald moment gaat zitten werken. Wanneer stuur je iemand een mailtje, wanneer chat je en wanneer stap je in je auto om iemand op te zoeken? Om met Negroponte te spreken: Wanneer verplaats je bits en wanneer atomen?

Doordat het concept van Web 2.0 voor steeds meer mensen echt begint te werken, wordt het een manier van denken. Vooral degenen op hun werk veel met de computer werken zullen die manier van denken willen doorzetten in hun manier van werken.

Je zou kunnen stellen, dat Web 2.0 een geweldig hulpmiddel is in het veranderproces dat nodig is bij het invoeren van flexibele kantoorconcepten. Maar in feite is het andersom. Flexibele kantoorconcepten zijn altijd al gebaseerd geweest op de mogelijkheden van de de ICT. Al jaren is er sprake van een zogenaamde Technology Push. Doordat vooruitziende (facility-)managers de flexible kantoorconcepten wilden implementeren, voordat de werknemers vertrouwd waren met de nieuwe manier van werken, was er uitgebreide aandacht nodig voor het veranderproces. Tegenwoordig verschuift het veranderproces steeds meer naar het helpen bij het vertalen van de web 2.0 concepten naar de fysieke omgeving.

“Groene werkpatronen”
Door het internet ontstaan er niet alleen meer effectieve manier van omgaan met de fysieke omgeving, maar kunnen er ook “groene” werkpatronen worden ontwikkeld. Werkpatronen waarbij minder “onnodige” reizen per auto of vliegtuig  worden ondernomen. Ook kunnen gebouwinstallatie nauwkeuriger worden afgestemd op de aanwezigheid van personen, dankzij de geografische informatie over de werkpatronen.

De jaarlijks georganiseerde Web 2.0 conferenties ging in 2008 over “The oppertunity of Limits: Sustaining, Applying an Expanding the Web’s Culture to Change the World”
In de eerste vier conferenties lag de nadruk op kansen en uitdagingen voor de ICT industrie.  Maar dit jaar komt de nadruk te liggen op de vraag hoe het internet kan bijdragen aan de meest dringende vragen in de wereld op het gebied van uitputting van grondstoffen en toename van het broeikaseffect. De ontwikkeling van Web 2.0 zou ons iets kunnen leren over de wijze waarop we de problemen kunnen oplossen. In toenemende mate richten de leiders van de Internet-economie zich op de wereld buiten hun eigen industrie. Google investeert bijvoorbeeld duurzame opwekking van elektriciteit,omdat zij zich realiseren dat het energieverbruik van het internet explosief groeit. Aan de andere kant richten de jonge talenten van deze  generatie zich steeds meer tot het internet voor het vinden van oplossingen.
De vijfde Web 2.0 conferentie probeert deze twee bewegingen bij elkaar te brengen.

Doorbraak in bedrijven
Eveneens in 2008 werd er in Nederland voor de tweede maal een conferentie gehouden met als titel van Web 2.0 naar Enterprise 2.0. Prof. Andrew P. McAfee is de bedenker van de term Enterprise 2.0. Hij is verbonden aan de Technology an Operations Management Unit van de Harvard Business School. Zijn onderzoek richt zich op de vraag hoe managers hun bedrijfsdoelstellingen kunnen bereiken, door op een effectieve manier gebruik te maken van Web 2.0 technologie binnen bedrijven. volgens zijn zeggen: ”Will it serve to separate the winners from the lozers”. Eind 2008 verschijnt zijn nieuwe boek over Enterprise 2.0.

Op de website van Heliview, die de conferentie in Nederland organiseerde vond ik de volgende quote:
“Web 2.0-software is de laatste jaren stilletjes bedrijven binnen gedrongen en zal in 2008 volledig tot bloei komen. Ruim 39% van de bedrijven staat open voor Web 2.0 en sociale netwerksoftware. Bijna een vierde van de bedrijven gebruikt deze applicaties al in een of andere vorm en nog eens 8 procent is van plan dit jaar ermee te starten. Zo blijkt uit een recente en grootschalige enquête van ChangeWave. Ongeveer 24% van de ondervraagde bedrijven bleek al sociale software te gebruiken en was ook van plan er in te gaan investeren. (bron: Automatisering Gids, 9 januari 2008)”

Work Style 2.0
De afgelopen jaren zijn kantoorinnovaties meestal technologie- of businessgedreven geweest, waarbij altijd een veranderingstraject noodzakelijk was om de werkstijl van de medewerker aan te passen. Gezien de ontwikkeling van Web 2.0 in combinatie met de schaarste op de arbeidsmarkt verwacht ik, dat de komende jaren de werkstijl het vertrekpunt zal zijn bij het ontwikkelen van een nieuwe manier van gebruiken van de (werk-)omgeving. Wie goede mensen wil boeien en binden, zal moeten aansluiten bij de werkstijl van de nieuwe generatie. In die werkstijl vormen Web 2.0 en het streven naar een duurzame wereld twee belangrijke pijlers.

Download het oorspronkelijke artikel op de downloadpagina

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s