Vaste werkplek op de tocht

nrc-2007-09-06-at-10-31-38

De opkomst van het flexkantoor

In steeds flexibeler opgezette kantoorpanden staan de vaste werkplek en de eigen kamer steeds meer op de tocht. Architectautomatiseerder Michel Mooij verdient met deze overgang zelfs zijn brood. Is de toekomst aan kantoornomaden met wisselwerkplekken?

door Ferry Versteeg

Dat het traditionele kantoor met zijn vaste werkplekken plus warme familie foto’s en eigen werkkamers met persoonlijke snuisterijen goeddeels gaat verdwijnen, staat vast voor Mooij. ‘Je ziet dat een heleboel dingen zoals telefoon, fax of E-mail eenvoudig op afstand kunnen worden geregeld, thuis, in de auto op een andere werkplek terwijl werk- en denkprocessen gewoon doorgaan, ongeacht de plek’. Dankzij de ICT, vertelt facility-manager Mooij, vormen tijd en plaats nauwelijks barrières meer. Met alle invloeden van dien op de organisatie van het werk op de werktijden, mobiliteit en natuurlijk ook de werkplek zelf. Kortom, het flexkantoor rukt op en daarbinnen worden de vaste werkplek en de eigenwerkkamer onderwerpen van kritische discussie. Met alle praktische, technische en sociale gevolgen van dien.
Hij verwijst naar het Interpolis-kantoor in Tilburg waar de interne flexibiliteit zeer ver is doorgevoerd. Daar pakken medewerkers in de aankomsthal hun eigen koffertje en bijpassende trolley met persoonlijke stukken en archief. Daarmee trekken ze als moderne kantoornomaden het gebouw in om telefoon en notebook in te schakelen op het gewenste punt, dat vandaag op de tweede verdieping kan zijn en morgen op de zesde.
Bij dit alles zijn de infrastructurele problemen overigens niet Mooij’s voornaamste kopzorg. Dat zijn eerder de menselijke weerstanden tegen verandering. De meeste werknemers staan immers niet te springen om hun eigen werkplek en werkkamer op te geven. Dat is kritisch want zonder breed draagvlak ontaardt flexibilisering op het kantoor gemakkelijk in chaos. Mooij: ‘de weerstand komt voort uit persoonlijke onzekerheid. Het is de kunst mensen over die drempel heen te helpen en ze bij het brengen dat ze een plaats hebben in de organisatie, niet in het gebouw.’
Om dat te bereiken zijn er, volgens Mooij, twee benaderingen. ‘Je kunt de mensen de nieuwe ontwikkelingen uitleggen, ze zeggen dat ze daarom voortaan flexibeler met hun werkplek moeten omgaan en daarbij voor de fysieke ondersteuning zorgen. Maar je kunt flexibeler werken ook aantrekkelijker maken en er met prikkels voor zorgen dat de medewerkers het zelf willen. Bijvoorbeeld door ze de overal bruikbare notebooks en meer flexibele werktijden te bieden in ruil voor het opgeven van de vaste werkplek.’
Wordt de aard van de werkplek zo een secundaire arbeidsvoorwaarde? Michel Mooij:’daar gaan we inderdaad heen. Behalve de auto en de telefoon wordt de werkplek dat. Als de organisatie de storing van de werkplek meer overlaat aan de werknemer en die achteraf op resultaat afrekent zal de medewerker ook zijn eisen gaan stellen. Bijvoorbeeld: tijdens het solistische deel van mijn werk – pakweg dertig procent – zit ik liever thuis voor eenzelfde deel wil ik op pad en voor de rest wil ik op een wisselwerkplek op het kantoor het werk doen waar ik collega’s bij nodig heb. Dat kan natuurlijk per persoon variëren. Het aanbod van de voorzieningen moet daarop worden afgestemd. Dit soort arbeidsvoorwaarden wordt ook belangrijker in de concurrentieslag om schaars personeel.’

(NRC Handelsblad, 24 juli 1999)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s